Zogenaamd want je blijft elkaar volgen op Facebook of Blogspot of Watsapp of wat voor soort media dan ook. Dus je bent eigenlijk altijd wel aanwezig in elkaars leven. Maar in hoeverre is dat echt zo?
Ik herinner mij nog de tijd van de telegrammen. Toen de afstanden nog groter waren en overbrugt werden met handgeschreven brieven vergezeld van foto's, geschoten met een polaroid camera. In die tijd was een telegram de snelste communicatie voor de gewone mensen.Mijn oma wachtte op haar verjaardag altijd op het telegram uit Nederland. Pas dan was ze echt jarig. Want ze wist dan dat haar dochter, mijn tante, een paar uur daarvoor die woorden had gezegd tegen iemand. Het waren 'versere woorden' dan de woorden uit een brief van vorige week. En dat leek haar dichterbij te brengen. En even was er geen oceaan tussen.
Toen kwamen telefoons. Vaste telefoons dan.
En wachtte ze met haar verjaardagen op het telefoontje uit Nederland. Nu waren de woorden nog verser maar wel met een paar seconden vertraging. Je kon ook emoties horen in iemands stem.
Het was specialer, echter. Voor ons in Suriname leek het net alsof die woorden uit de sneeuw kwamen, ze klonken koud en Surinamers in Nederland spraken na een tijdje anders. Ze kregen een ander accent en spraken meer met een 'gedraaide tong'. Ze klonken dus Hollands.
Terwijl ze eigenlijk dichterbij kwamen door de technologie, leken ze ook wel verder weg te staan door de veranderde manier van spreken.
En nu heb je mobiele telefoons. Mobiel internet. Internet.
Je kan elkaar realtime spreken via Skype. Je kan elkaar realtime ZIEN via Skype en FaceTime.
Elkaar bellen is niet zo duur meer en soms dus gratis.
Eigenlijk zijn er dus geen afstanden meer.
Toch blijft het raar als iemand weggaat.
Ook al zie je iemand uit je kring haast nooit, de gedachte dat diegeen er is, geeft een soort van rust.
Het is een gegeven. Een kader waarin je leeft waarbij de kaderranden de aanwezigheden zijn van je familie, vrienden, kennissen en collega's. Niet eens de directe aanwezigheid maar de emotionele aanwezigheid, de aanwezigheid in je hoofd, in je gevoel, soms in je hart.
En als je dan hoort dat iemand weggaat voor een paar weken, een paar maanden. Voor altijd.
Dan verdwijnt deze dus ineens uit dat kader.
De optie om iemand te gaan zien, te voelen of te ruiken is er een die moeilijk te bewerkstelligen is. Ook al zag je iemand nooit, de gedachte dat iemand er was, was voldoende. Dat als je wilde, je er zo heen kon gaan. Nu was diegene weg en ook al zou je willen, zou je er niet meer even snel heen kunnen. Dat is vaak het punt waarop je de balans opmaakt. Wat betekent iemand voor je?
We lijken pas te weten wat we hebben(hadden?),als het er niet meer is. En als het binnen handbereik is, verwaarloos je het. Neem je het voor lief. Al dan niet met of zonder opzet.
Als iemand weggaat, is het alsof je wakker schrikt uit een autopilot-modus en je ervan bewust word dat een beeldscherm niet hetzelfde is als iemand in de ogen aankijken.
Dat een smilie of een emoticon niet hetzelfde is als een emotie op een levend gezicht. Dat bij dat levende gezicht een stem hoort die door middel van intonatie en lichaamstaal hetgeen er gezegd word een hele andere of diepere betekenis kan geven.
Dat ondanks alle vooruitgang, je toch altijd weer terugkeert naar die intermenselijke basis.
Iemand even kunnen vasthouden is uiteindelijk toch meer waard dan een appje of een sms.
Even je hand op iemands schouder leggen zegt soms een miljoen keer meer dan honderd teksten bij elkaar.
Het scheelt wel, denk ik, dat je elkaar tegenwoordig kan zien tijdens contact over lange afstanden.
En als je tijdens dat visuele contact je geest openstelt, zullen dingen ook wel goed aankomen over en weer. Maar dat is weer een heel ander verhaal, waar ik overigens wel in geloof.
Jammer dat ik niet iedereen ga kunnen vasthouden en knuffelen voor ik wegga.
Maar wel fijn dat ik de mensen die ik heb vastgehouden en geknuffeld, heb mogen knuffelen en vasthouden. Soso lobi!

Geen opmerkingen:
Een reactie posten